Wanneer een operatie Epileptische aanvallen kunnen in 70-80% van alle gevallen goed behandeld worden met anti-epileptica. Bij de overgebleven 20-30% blijkt de epilepsie moeilijk of helemaal niet instelbaar te zijn, in deze situatie biedt een chirurgische behandeling soms uitkomst. Bij epilepsiechirurgie is het de bedoeling om het hersengebied dat verantwoordelijk is voor de epileptische aanvallen te verwijderen.
Screening Om voor de operatie in aanmerking te komen moet er aan een aantal criteria voldaan zijn: - de epilepsie is minimaal 2 jaar behandeld zonder resultaat of er is onvoldoende resultaat behaald;
- iemand is niet instelbaar op medicijnen;
- er zijn minimaal drie anti-epileptica geprobeerd;
- in de hersenen moet één bepaald gebied aan te wijzen zijn als de oorzaak van de aanvallen (de epileptische haard);
- de operatie mag niet tot ernstige hersenbeschadigingen leiden. Als blijkt dat er kans is op verlamming, geheugenverlies, verlies van spraak of gedeeltelijke blindheid, gaat de operatie niet door;
- tot slot moet de chirurg ervan overtuigd zijn dat de epileptische haard uitgeschakeld kan worden.
Vooronderzoeken Als je mogelijk in aanmerking komt voor een operatie kom je in het traject van vooronderzoeken. Er zijn hierbinnen meerdere onderzoeken mogelijk, welke je uiteindelijk moet ondergaan is niet voor iedereen gelijk.
MRI MRI (of MR) staat voor Magnetic Resonance Imaging. Bij dit onderzoek worden met behulp van een magneetveld en korte radiogolven bepaalde signalen in het lichaam opgewekt. Deze signalen worden opgevangen door een antenne en vertaald in een beeld door een computer. Het voordeel van de MRI-scan is dat magneetgolven even gemakkelijk botten passeren als andere weefsels. Voor röntgenstralen geldt dat niet: bot houdt dit soort straling heel sterk tegen. Het gevolg is dat de CT-scan minder goede beelden geeft van hersengedeelten waar erg veel bot omheen zit (zoals bij de kleine hersenen) of die er erg dicht tegenaan liggen (zoals de slaapkwab).
EEG Het EEG (Electro-encefalografie) is een onderzoek waarbij met een apparaat de elektrische activiteit van de hersenschors wordt gemeten. Op de schedelhuid worden elektroden geplakt op vaste plaatsen. Tussen de elektroden en de schedelhuid wordt vervolgens een pasta gespoten om een goede elektrische verbinding tot stand te brengen. Via draden zijn de elektroden verbonden met het EEG-toestel dat de spanningsverschillen tussen de elektroden meet en weergeeft in een lijn (de EEG-curve). Het standaard EEG bestaat uit zestien lijnen die ieder het spanningsverschil tussen twee punten op de schedelhuid weergeven, dit spanningsverschil is afkomstig van de hersencellen in de hersenschors. Het normale EEG laat een aantal typische ritmen zien, ieder op zijn eigen plaats op de schedel. Door de hypersynchronisatie tijdens epileptische aanvallen, gaan grote groepen hersencellen gelijktijdig opladen en ontladen. Dit levert grotere spanningsverschillen op dan normaal het geval is. Op het EEG zijn dan pieken of piekgolfcomplexen te zien met een heel typisch en goed herkenbaar patroon.
Aanvalsregistratie Soms levert een normaal EEG onderzoek niet genoeg informatie, dan kan er gekozen worden voor deze langdurige registratie. Bij mij vond dit onderzoek plaats op de Epilepsy Monitoring Unit (EMU) bij SEIN in Heemstede. Ik werd eerst voor 24uur opgenomen en later ook nog eens voor een hele week. Gedurende de opname wordt er een continue EEG-registratie gemaakt (draadloos) en wordt je voortdurend geobserveerd door middel van videocamera’s. Net als in Big Brother dus! Een infraroodlamp maakt het mogelijk om ook in het donker video-opnames te maken. Op deze manier kunnen zowel de aard als het verloop van de aanvallen bestudeerd worden.
EEG met diepte-elektroden Ter voorbereiding op een operatie moet meer nauwkeurige informatie beschikbaar zijn. De neurochirurg brengt dan elektroden via een opening in de schedel tot vlakbij de plaats in de hersenen die mogelijk verantwoordelijk is voor de aanvallen. De aanvallen worden vervolgens geregistreerd op zowel het EEG als video.
Neuropsychologisch onderzoek Dit onderzoek bestaat o.a. uit het beantwoorden van vragen, het oplossen van opdrachten, het meten van je reactiesnelheid, geheugentesten, lees- en rekentesten. Bij epilepsiechirurgie speelt dit onderzoek een belangrijke rol. Via de testjes kan tot in detail worden bepaald welke risico’s voor taal en geheugen een chirurgische ingreep met zich mee kan brengen.
PET-scan De PET-scan is een onderzoeksmethode die gebruikmaakt van positronen, dit zijn deeltjes met een positieve lading. Zij komen vrij bij het uit elkaar vallen van radioactieve stoffen. Botst een positron tegen een elektron, dan vernietigen zij elkaar en blijft er alleen wat radioactieve straling over. Deze radioactieve straling kan worden gemeten, m.b.v computers kan er berekend worden welk hersendeel deze straling heeft uitgezonden. Om een PET-scan te kunnen maken, zijn radioactief gemerkte stoffen nodig die worden opgenomen in de hersencellen. Actievere hersencellen nemen er meer van op dan minder actieve cellen, zo kan een epileptische haard opgespoord worden.
Bloedvatonderzoek en WADA-test Tijdens het bloedvatonderzoek wordt er in een bloedvat bij de lies een slangetje ingebracht. Dit slangetje wordt dan doorgeduwd naar de halsslagader, waar vervolgens contrastvloeistof wordt ingespoten om zo een foto te kunnen maken van de bloedvaten in het hoofd. Om de WADA-test daarna uit te kunnen voeren wordt er een kortwerkend slaapmiddel toegediend. Hiermee wordt eerst de ene, daarna de andere helft van de hersenen uitgeschakeld. De Wada-test wordt gebruikt om te weten te komen welk deel van de hersenen het andere deel overheerst. Hierbij probeert men tevens na te gaan welke taken elke hersenhelft afzonderlijk verricht (beweging, taal, zien, gevoel en geheugen).
Soorten operaties Er zijn drie soorten operaties te onderscheiden.
Temporale resectie Bij deze operatie wordt een gedeelte van de slaapkwab verwijderd. De kans op aanvalsvijheid na een slaapkwab operatie is ongeveer 60 tot 70% bereikt na twee jaar.
Verwijderen van een hersenafwijking Het kan zijn dat een afwijking in de hersenen (bijvoorbeeld een gezwel of litteken) de oorzaak is van de epilepsie. Na deze operatie is de kans op aanvalsvrijheid 50 - 60%.
Een combinatie van beide |
|
|
|
|